Ik ben niet geboren in Mariarade maar in Bingelrade op 26 juli 1943 als zoon van Gerard (Sjir) Jacobs en Maria Jacobs-Schipper. Mijn vader en moeder waren ook geen onbekenden in Mariarade, maar hier kom ik later op terug.
Ik groeide op in Bingelrade en woonde met mijn ouders, mijn zus Lies en broer Jack op de boerderij van mijn Opa en Oma, de ouders van mijn moeder. Ik heb hier een geweldig mooie jeugd tot mijn 7e jaar mogen beleven.
Mijn Vader was werkzaam als ondergronds schiethouwer op de Staatsmijn Emma en kreeg in 1950 een nieuwbouwwoning toegewezen in Mariarade, Paadweg No: 74 en zo verlieten wij op 1 oktober 1950 Bingelrade en vestigden ons in Mariarade. Dit was voor mij een heel nieuwe ervaring, van het vredige stille dorpje Bingelrade naar een bruisende Mijnwerkers kolonie, van rustige boerenvriendjes, naar nogal ietwat ruigere koloniejongens, hetgeen ik ook mocht ervaren in het eerste jaar dat we er woonden. Wij jonge nieuwkomers werden niet direkt gaccepteerd door de jongens van het pleintje, (zoals wij het Emmaplein en Emmastraat noemden) met name: de gebroeders Wout en Adri van de Laarschot, Jan Bruinsma en zo waren er nog een paar. Ik heb met Adri van de Laarschot vaak een robbertje uitgevochten, doch naarmate de tijd verstreek werden we meer en meer geaccepteerd.
Als buren hadden we de Fam. Hönen en de Fam. Tonnard. Nol Hönen is in Mariarade bekend als de initiatiefnemer van de speeltuin, ook speelde Nol en onze andere buurman Piet Tonnard in het 1e elftal van Mariarade, beiden kwamen van Groene Ster. Met onze buren hadden we een goed contact en zo werd er vaker op zondag samen een uitje gemaakt, naar Steinerbos of de Brunssummerheide, zoals te zien op foto van een zondagmiddaguitje met de Families en onze buren Fam. Tonnard en Fam. Hönen


Jeugdherinneringen van Jan Jacobs aan zijn tijd in Mariarade

 

Mijn jeugdleider was destijds Dhr. Welters (Kapper) en zo vertoefden wij vaak in zijn zaak aan de Emmastraat. Op 14 jarige leeftijd gingen wij over naar de “A” jeugd. Het waren altijd mooie wedstrijden tegen de plaatselijke clubs zoals: RKFCH, Hoensbroek en Spcl. Emma. Ik zat in deze tijd op de MULO (Don Bosco) aan de Hermesweg en daar had ik klasgenoten die in een van vorenstaande verenigingen speelden en er werd dan ook op maandag veel over voetbal gesproken.
In september 1958 had ik na 3 jaar MULO geen animo meer om te leren en meldde mij aan bij de OVS van de Stm. Emma, waar ik werd aangenomen, hier werd ik PL (Ploegleider) van een groep leeftijdgenoten, in mijn groep was ook Cor. Janssen van de Emmastraat, het was een mooi jaar bij de OVS, om nooit te vergeten was het kamp Vaalsbroek. Na een jaar kon ik naar de MVS (mijnvakschool) en dit na een jaar te hebben doorlopen, werden we gekeurd voor ondergronds, om daar twee dagen per week ervaring op te doen, tot mijn grote schrik werd ik afgekeurd, ik had een groot litteken op mijn scheenbeen en dat was gevaarlijk volgens de keurmeester en zo was de MVS voor mij einde oefening en werd ik aan het leesband tewerk gesteld. Dit heb ik een half jaar volgehouden, het beviel mij niet en ik nam ontslag en solliciteerde bij de Philips in Sittard, hier werkte ook mijn vriend Rudy Markgraaf. Maar het werk op de Philips was niet voor mij weggelegd en na een half jaar solliciteerde ik weer bij de Stm. Emma en tot mijn vreugde werd ik nu goedgekeurd en kon voorgoed ondergronds als 16-jarige in een leerpijler onder toeziend oog van een mijnvader.

Op deze leeftijd begon voor mij een mooie periode bij VV Mariarade, wat was er gebeurd; de toenmalige keeper van het 1e elftal Adje Snijders, was de afgelopen wedstrijd geblesseerd geraakt en nog niet fit om s’-zondags te spelen. Die zondag moest Mariarade het opnemen tegen kampioenskandidaat RKFCH (Nieuw Lotbroek) dus geen gemakkelijke wedstrijd. Die zondagmorgen 11 uur werd er bij ons aan huis gebeld door Nic. Brassé, die mededeelde dat ik 's-middags in het 1e elftal moest keepen, ik was totaal verrast, ik als 16 jarige in het 1e elftal tegen RKFCH, ik zag het niet zitten, want bij RKFCH speelde toen Jan Kessels, topscorer van de 4e klas. Ook mijn elftal kameraad Rudy Veldhuizen werd die middag voor de leeuwen geworpen, we moesten er maar het beste ervan maken.
Ik werd ook Misdienaar in Mariarade en dat was vaak vroeg opstaan, want de 1e mis was om 06.00 uur. Ook het verenigingsleven begon langzaam en rol te spelen en zo werd ik op 12 jarige leeftijd, door mijn vrienden Piet Extra, Rudy Markgraaf en Tonni Moonen, die al lid waren van RKVV Mariarade, ook lid van van de voetbalclub. Ik speelde in het B-jeugd-elftal met mijn vrienden, doch ik was geen veldspeler en legde mij toe als keeper, wat mij beter lukte.

Het werd zondagmiddag half drie en vreselijk slecht weer (het was herfst, september 1959), het doelgebied was een modderpoel, ik zal het nooit meer vergeten. We betraden met ons elftal het veld en ik moet zeggen, ik was totaal niet zenuwachtig. We speelden in dit afschuwelijke weer een goede wedstrijd, ook al was RKFCH de betere ploeg en ik haalde s’-maandags de krant, want ik keepte een geweldige wedstrijd en had de stand op 0-0 gehouden. De zondag erna stond ik weer in het 1e elftal opgesteld, nu tegen Schinveld, ook nog een kampioenskandidaat en ook nu had ik weer een geweldige middag en hield ik de wedstrijd in evenwicht 1-1, vanaf deze tijd heb ik 12 jaar in het 1e elftal van VV Mariarade gekeept onder de trainers: Palmen, Jan Verbeek, Sjir Lempers, Jo Quadackers en Martin v.d. Borgh, met hoogtepunten: 1965 Limburgse beker-kwartfinale, seizoen 1966/ ’67, kampioen, in de beslissende wedstrijd tegen Sylvia was ik geblesseerd en werd ik vervangen door Jupke Cörvers, ik was in Nieuwenhagen bij de wedstrijd aanwezig en zag Jupke een fantastische wedstrijd keepen, We haalden ook de kwartfinale van de Limburgse beker en schakelden gerenommeerde clubs als Waubach en Waubachse Boys uit, in de kwartfinale was VVH ’16 uitkomende in de 1e klasse, voor ons een maatje te groot, toch hoefden we ons niet te schamen, gezien de uitslag: 2-1. Een mooi gegeven is, dat ik nooit de schuivertjes (terugspeelballen) van Emil Bernardi vergeet. Ik moet hierbij vermelden dat VV Mariarade in deze tijd over geweldige keepers beschikte te noemen: Henk Bosch en zijn broer Eddy, Ben Haverkamp en good old Jupke Cörvers.

In 1964, verhuisden we van het oude veld aan de Jeugdrubbeweg, naar een heel nieuw veld aan de Randweg met een voor ons geweldig nieuw onderkomen, en een nieuw onderkomen, waarvan de kleedlokalen links en rechts waren en in het midden zowaar een kantine, de kleedruimtes waren voorzien van douches een ware luxe, want wij waren, na de wedstrijd een blikken kommetje met koud water (net genoeg om je gezicht te wassen) gewend.

 

Foto van mijn Plechtige communie 6e klas St Petrusschool, met hoofd der school Meester Jacobs. Ik sta bovenste rij rechts naast meester Jacobs
Terug

 

In mijn buurt maakte ik vrienden, Rudy Markgraaf en Tonni Moonen, beiden woonden op het Wolfshoofdplein, waar later Piet Extra van de Emmastraat nog bijkwam, wij waren een onafscheidelijk viertal. Mijn schooljeugd bracht ik de eerste jaren door op de St. Lucasschool (Hoofd van de school Meester. Rats) en na een paar jaar werden de scholen gedeeld en kwamen wij op de St. Petrusschool,( Hoofd van de school Meester Jacobs) deze deling was: Alle leerlingen van de kern Hoensbroek en bijbehorende kernen gingen naar de Lucasschool en de leerlingen van boven de spoordijk naar de Petrusschool.

In Beek leerde ik mijn vrouw kennen en trouwde met haar op 28 oktober 1967.
Zondag 29 oktober stond ik weer onder de lat tegen RKHBS en het leuke aan deze wedstrijd was dat de keeper van RKHBS ook de dag ervoor was getrouwd, we deden niet voor elkaar onder, uitslag 1-1.
Ik kocht een huis in Beek, omdat mijn vrouw, een echte Beekse, graag in Beek wilde blijven wonen. Ook de Brigade Beek werd opgeheven en wel op 1 maart 1968 en ik werd overgeplaatst naar de Brigade Maastricht, maar mocht in Beek blijven wonen. Na 3 maanden Maastricht heb ik in 1969 vrijwillig dienst genomen bij AFCENT-Police en ook hier werd ik geselecteerd voor het internationale AFCENT-elftal, bij AFCENT heb ik 4 jaar gediend en keerde daarna terug bij de brigade Maastricht.
Op 18 september 1968 werd mijn zoon Roger geboren, verder hebben we geen kinderen meer gekregen, al hadden we dat wel graag gewild.
Het werd voor mijn vrouw en zoon, hoe klein ook, ieder zondag naar voetbal in Mariarade, in de kantine, waarvan mijn vader en moeder beheerder waren, mijn vader was tevens bestuurslid. ze hebben daar wat zondagen doorgebracht en Roger werd natuurlijk door oma goed verwend. (Helaas is mijn moeder veel te vroeg overleden, op 11 januari 1983, op 60 jarige leeftijd, aan een hartstilstand) een grote klap voor mijn vader. Hij miste zijn Marie heel erg ondanks dat hij Henk nog in huis had. 7 jaar na mijn moeder overleed mijn vader in november 1990, op 74 jarige leeftijd.
Voor mijn zoon Roger was het voetbal niet weggelegd, maar daarvoor in de plaats handbal bij HV Caesar, hij vierde mooie successen en werd met zijn vrienden Caesar-Junioren in 1982 landskampioen. Groeide hierna door en speelde op 18 jarige leeftijd in het 1e team van HV Caesar (1e Divisie). Aan zijn handbalcarriëre kwam abrupt, na 2 jaar een einde, door een zware knieblessure, opgelopen tijdens zijn diensttijd.

Mijn zus Lies trouwde een jaar na mij, met geen onbekende in Mariarade nl. Wiel Köppen, bekend van Carnaval en natuurlijk VV Mariarade, ze hadden een café in Amstenrade. Wiel is op jonge leeftijd overleden, hij is 37 jaar geworden. Lies overleed op 69 jarige leeftijd in 2011.
Mijn broer jack trouwde op 33 jarige leeftijd met Annie van Espen. Op 40 jarige leeftijd werd Jack ziek, een nieraandoening, hij is op 53 jarige leeftijd in april 2001 aan deze ziekte plotseling overleden.

Tot mijn 20e jaar (1964), heb ik een geweldige jeugd in Mariarade beleefd. Ik ben VV Mariarade tot 1973, ik was toen 30 jaar trouw gebleven.
Hier wil ik nog wat namen geven met wie ik fantastische voetbaljaren in Mariarade heb mogen beleven: Lei Tubee (mister Mariarade), Jo Quadackers, Zef Bisschops, Jeu en Mathieu Lahaye, Jan, Ben en Wim Hagedoorn, Werner en Tonni Moonen, Emil Bernardi (tikkie terug), Harrie Srech, Hein Bisschops, Harrie Tubee, Harrie Welters, Willie Verbeek, Hub Paas, Bertus Bosch, Wiel Smeets, Theo de Jong, Frits Boelema, Jack Goldsmitz.
Het was voor mij dan ook een klap, toen ik vernam, dat VV Mariarade in 2012 niet meer bestond, een voor mij mooie club was ter ziele gegaan.

In die tijd deed ook het tafelvoetbal zijn intrede en ook hierin was ik niet slecht, ik was voorspeler en als achterspelers fungeerden wisselend Tonni Moonen of Ger Ribbers, zo ontstond ook een tafelvoetbalclubje in de de Alpha-Bar bij Fien en Piet, hier werd fanatiek tegen elkaar gespeeld.
Met Tonnie Moonen werd ik in 1961 kampioen van Hoensbroek en ook in het enkelspel behaalde ik deze titel. De zondagmorgen was onze tafelvoetbalmorgen in het Gebouwtje, bij Hein van de Elsen, dan mocht Hupie Tubee met ons meespelen. Maar de Alpha_Bar was toch ons week-end trefpunt.
Op 10 mei 1961 werd er nog een spruit (Henk) geboren in huize Jacobs een nakomer, mijn zus Lies, inmiddels 20 jaar, ikzelf 18 jaar en mijn broer Jack 13 jaar, dus dat was even wennen voor ons, maar we hebben, (vooral ik) deze knaap ook grootgebracht en mijn moeder veel werk uit haar handen genomen. Henk was een begenadigd voetballer en heeft bij Fortuna 54 en PSV testwestrijden gespeeld, waarna hij voor Fortuna 54 koos en daar als 16 jarige, een jaar, onder Joop van Daele in het “C”elftal gespeeld, Joop haalde hem en bracht hem weer thuis. Doch na een jaar werd ook Henk lid van VV Mariarade.

Op 20 jarige leeftijd, kreeg mijn leven een heel andere wending
Hein Bisschops, voetbalkameraad uit het 1e elftal had dienst genomen als beroeps bij de Koninklijke Marechaussee en genoot zijn opleiding te Apeldoorn. Dit leek mij wel iets en ik solliciteerde in 1963 en werd aangenomen, nam ontslag bij de Stm. Emma en stapte op 4 februari 1964 van de bus te Apeldoorn om aan mijn opleiding te beginnen.
Het werd een hard eerste half jaar, militaire opleiding, kruipen over de heide bij Garderen lopen door het mulle zand op de Veluwe, maar ook dat kon mij niet kapot krijgen en ik verheugde mij steeds weer op de vrijdag dat we week-end hadden en s’-Zondags konden voetballen. Ook bij de Marechaussee kwam ik aan voetballen toe en werd in het elftal van het Depot-Opleidings-centrum gekozen, leuk is hierbij te vermelden dat ik werd verkozen als keeper van een 4e klasser, boven een keeper uit de 1e klasse zaterdagamateurs van Katwijk.
In Januari 1965, mijn opleiding met goed gevolg afgesloten, werd ik geplaatst op de Wachtbrigade van Paleis “Het Loo”, dus ik bleef in Apeldoorn. Ook hier werd ik geselecteerd voor het voetbal-elftal van de toenmalige 3e Divisie Koninklijke Marechaussee en door het voetbal had ik veel vrij van wachtdiensten. Op de wachtbrigade verbleef ik tot 1 april 1966 en werd toen overgeplaatst naar Limburg (eindelijk) Brigade Nieuwenhagen, hier begon het echte werk. Inmiddels was de koude oorlog aan het afnemen en hier en daar werden Marechaussee Brigades opgeheven en dat gebeurde in oktober van dat jaar ook met Brigade Nieuwenhagen, zo belandde ik in Beek. Het voetbal bleef me achtervolgen, ik had inmiddels enkele wedstrijden gespeeld voor het Nederlands Politie-elftal en in Beek, kwam de secretaris van Caesar aankloppen bij de Kazerne, met de vraag, of ik voor Caesar wilde komen spelen, de secretaris van Caesar was een Douane-ambtenaar met wie ik samenwerkte op het vliegeld Beek. Maar ik ben Mariarade trouw gebleven.