De volgende schoolfoto is waarschijnlijk gemaakt in 1940 of 1941.
Plaats is de Fröbelschool, vroeger gelegen langs het mijnspoor vanuit de Amstenraderweg, richting centrum gezien, onder het vroegere spoorviaduct door, naar rechts.

Schrijven konden we toen nog niet, maar een aantal letters werden wel opgepikt.
Zo kalkte ik als kind, in 1941, overal met een krijtje “OZO” op de muren.
De jeugd van tegenwoordig weet dat niet meer, maar “OZO” was de afkorting van “Oranje Zal Overwinnen”.
Er is toen door de nonnen van de Fröbelschool op aangedrongen dit niet meer te doen om problemen te voorkomen.
Onze schoolschutting stond er vol mee… het was echter wel oorlog
.


JEUGD HERINNERINGEN VAN MARTIN KÖPPEN
GEBOREN IN 1935 TE HOENSBROEK MARIARADE.

Dan is er een winterfoto van onze achtertuin Amstenraderweg 96 (eerder 64).
Het gedeelte tot aan de Beatrixstraat (de latere Grubbelaan) was toen nog een korenveld.
Naderhand kwam er een straat tussen, de Dr. Philipsstraat.
Op de achtergrond Lunchroom Wevers en Knibbeler.

Die foto stamt van de eerste winter na de Bevrijding (18 september, de verjaardag van mijn vader Gerhard).
Op deze foto staan 4 Engelse militairen die bij ons en onze buren (het echtpaar Bor op de foto) ingekwartierd waren. Mijn zusje Doortje en ik (Martin) staan er ook op.

De 4 Engelsen maakten deel uit van een AAT (Aan- en Afvoer Troepen) groep gevestigd in de buurt van de oude Paterskerk in Mariarade.
Zij waren blijkbaar monteurs voor reparatie van vervoermiddelen. Ook werd op de begane grond, achter de witte poort, in een verduisterde berging, richtapparatuur (voor mortieren) gekalibreerd.

De inkwartierders verbleven langere tijd bij ons in huis. Ook in de periode toen er veel vliegende bommen door de Duitsers richting Londen gezonden werden.
Dat gaf toch wel een veilig gevoel, want de militairen gingen bij ieder onraad meteen naar buiten (naar de achtertuin).

Af en toe mocht ik met hen mee naar de bioscoop (Luxor) op de Akerstraat. Zie affiche.

In mijn HBS tijd heb ik met één van hen kort gecorrespondeerd in school Engels.
Ik deed dit via het adres op de foto. Zie hieronder de foto met vrouw en hond.
Het betreft de militair achter mij. Die correspondentie bezit ik echter niet meer.

De achtertuin lag er wat onverzorgd bij want mijn vader had er een schuilkelder gegraven en metalen waspalen gebruikt om het dak te verstevigen. Daarom zit er geen wasdraad meer op…
De schuilkelder is gelukkig nooit nodig geweest.
Er stond vaak een laagje water in.

Wel heb ik er als gevolg van het gegraaf van mijn vader een vrij grote oude munt gevonden.
Die nam ik een aantal jaren later mee naar school en gaf hem in handen van, vermoedelijk, Drs. de Wit, de geschiedenisleraar op de R.K.H.B.S. St. Jan.
De leraar vond hem blijkbaar ook erg leuk en ik heb de munt nooit meer teruggezien… Nu ik, als hobby, veel meer ervaring met archeologie heb opgedaan vraag ik me af hoe belangrijk mijn vondst indertijd was.
En zo vermoed ik dat er nog wel meer in de grond zit.

De namen van de leraren op een kaartje uit van de schoolagenda heb ik bewaard, dat was uitgegeven door de St. Jan t.t.v. de overgang van de noodschool naar de nieuwbouw.

Directeur Drs. H.H. Schreinemachers woonde in Sittard en kwam van het Bisschoppelijk College waarmee onze school gelieerd was.
In de nieuwe school werd de Nederlands leraar M.H.J. Verjans (ook uit Sittard) de Adjunct.
Ik herinner me dat hij naderhand een relatie had (mogelijk gehuwd is ?) met een HBS klasgenote van Martin.
Een aantal docenten woonde in nieuwe woningen vlak bij het mijnspoorviaduct richting Steenberg aan de Kastanjelaan.
Een van de leraren H. Stalmeier is vermoedelijk familie geweest zijn van de bekende P. Stalmeier van de Muziekschool in Hoensbroek. Wat ik begrepen meen te hebben zat Martin op de HBS in de klas met een dochter van P. Stalmeier.
Er waren aanvankelijk slechts 3 dames in onze klas en dat liep toen nog niet zo hard.

Hier is mijn eerste klas rapport te zien .

Ik weet dat het wat gevlekt is, want het viel een keer, op weg naar huis in een plas en toen kreeg ik thuis ongenadig op mijn donder en dat weet ik dus nu nog, na lange tijd.

Ik had geen doublures, maar verbleef wel een periode op een school in Eindhoven – Woensel wegens verhuisplannen van mijn ouders na de Bevrijding.
Dat ging echter niet door en ik verbleef daarna tot de zesde klas weer in de Passart op school.

Op het rapport van die zesde klas is duidelijk het punt voor kerkbezoek zichtbaar.
In de Eindhoven periode bleek men daar minder moeilijk mee om te gaan op de RK Fraterschool.
Kerkbezoek was blijkbaar erg belangrijk in Zuid Limburg en we gingen dus iedere morgen naar de H. Mis en dat werd nog gecontroleerd ook.
Uiteraard dan ook op zondag naar de Mis en het Lof.

Terug
Lies en Martin Köppen uit Wijchen in 2015.
In 2007 heb ik met mijn vrouw nog eens de weg van huis naar school gelopen.

Dat was een stukje Hommerterweg. Rechtsaf door de Beatrixstraat ( in de oorlog Tunnelstraat, want Beatrix, dat kon natuurlijk niet en later werd dat de Grubbelaan).
Kastanjelaan oversteken, die van de Akerstraat langs het hoge mijnspoor liep.
Onder het mijnspoorviaduct door tot aan de Kouvenderstraat.
Linksaf, langs fietsenmaker Rekers (is die er nog ?).
Dan eerste straat rechtsaf, de Burg. van de Kroonstraat in.
Passeer het oude Gezellenhuis op kruising met Heisterberg (waar de bom viel, men noemde het, “het kapotte huis”).
Stukje verderop, langs woningen van meester Hoens en v.d. Berg , op de hoek van de St. Josephstraat, naar de speelplaats.

Vaak liepen we ook wel via de Heisterberg - Akerstraat - Hommerterweg terug naar huis.
Maar dat was wel wat om. Ook liepen we wel door de Buttingstraat.

Op een recentere foto, ons huis op de Amstenraderweg en “de Heyster” school in de Passart.

 

De volgende is een klasse-foto, waarschijnlijk genomen in de zomermaanden.
De school was de R.K. Jongensschool St. Joseph in Hoensbroek Passart.
De aangrenzende R.K. Meisjesschool St. Theresia kwam wat later.
Het is schooljaar 1942/43. De onderwijzer was meester Hahn. Te verwachten is dan, dat zijn school-bijnaam “Kip” werd …
Een van mijn nog jeugdige klasgenoten had een spraakgebrekje en sprak dit uit als “Tip”.
Dat leverde hem, tot de zesde klas, de bijnaam “Tippe” op.

Het Hoofd van de school was toen J.G.J. Hoens (hij deed altijd de zesde klas) en woonde vlak bij de school (St.Josephstraat) in een hoekhuis.
Op de andere hoek woonde onderwijzer A.v.d Berg die altijd de vijfde klas deed.

Andere onderwijskrachten waren: mej. Starmans, vermoedelijk een dochter van een burgemeester uit een nabije plaats.
Verder waren er W. Kessels en A. Houben, maar andere namen weet ik niet meer.
Mijn schooltijd was dus gedeeltelijk in de oorlogsjaren.
Na de Bevrijding werd de school een periode bezet door Geallieerden.
Er werd geen les gegeven en dus kwamen er ook geen punten op het rapport.

Op de klasse-foto zie je op de achtergrond het schuilgedeelte, met de betonnen overkapping van de speelplaats opgevuld met zandzakken.
Dat was bedacht om een mogelijkheid te hebben de kinderen een tijdelijke schuilplaats te bieden bij oorlogshandelingen.
De enige dreiging die er geweest is was op een zondag (dacht ik), toen op de Heisterberg in de voormiddag een bom op een huis viel.
Dat was maar een paar honderd meter van de plaats waar de foto genomen is.
Mogelijk is dit de enige bom die in Hoensbroek gevallen is.
Wie weet er meer van ?

Misschien komt de vraag bij U op waarom opvallend veel kinderen uit Mariarade op school gingen in de toch verre Passart. Wij woonden toen op Amstenraderweg 96, vlak bij de hoek Hommerterweg, schuin tegenover de bakkerij van Hagedoren.
Er was echter ook een school op aanzienlijk kortere afstand, in
centrum Hoensbroek aan het eind van de Amstenraderweg.
Dat was uiteraard een keus van de ouders en het ietwat subtiele antwoord was dat men liever niet hun kinderen naar school liet gaan waar ook de jeugd uit de Kloosterkolonie en de Steenberg te vinden was…
Zo heb ik dat ooit begrepen.
Daardoor was die school blijkbaar minder gewenst…

Ik veronderstel echter dat het aanvankelijk alleen een meisjesschool was en daar de reden gevonden kan worden.
Er is echter nog een andere aanleiding voor mijn ouders geweest.
Mijn vader had nl. zelf een avondcursus gevolgd voor de houweropleiding van de Emma door onderwijzers (o.a. van meester Hoens) van de Passart school.

Ik had altijd de indruk dat ze elkaar goed kenden en door hen zo de keus gemaakt is.

klassefoto st.jozefschool passart

Op deze foto staat mijn vader als Nederlands /Amerikaans militair (Stoottroepen ?)met mijn zusje Doortje, die toen 5 jaar was en Martin..
Hij was toen bij de Grenswacht, met standplaatsen Waubach, Ubach-over-Worms en Rimburg.
Gerhard had spoedig na de Bevrijding zijn baan als houwer op de Emma beëindigd en werd beroepsmilitair.

De familiefoto is waarschijnlijk van eind 1944 en genomen op de Paadweg, hoek van de Hommerterweg en de Amstenraderweg.
Dat was schuin tegenover de bakkerswinkel Hagedoren. Op de achtergrond de zaak van Knibbeler en wat verder de contouren van de Emma met schoorstenen, koeltorens en schacht.

Op die hoek stond een wegkruis dat tijdens de Bevrijding vernield werd.
Als kind heb ik het restant mee naar huis genomen en later aan een pater van de kerk in Mariarade gegeven.

 

Een familiefoto na mijn Eerste Communie in de tuin van Amstenraderweg 96.
De foto is van 1943.
Buiten mijn moeder Tiny, zusje Doortje en een neefje Jo, staan er de drie broers Hennes, Hein en Hub van mijn vader op en Gerhard bediende het boxje.

De linkse twee waren de kleermakers van “Gebroeders Köppen” aan de Wijenweg / hoek ABC-straat, in Treebeek.

Verder ziet U mijn Peter en Meter: opa Johann Köppen (geboren in Velbert D.) en Miet, een zusje van mijn moeder, uit Eindhoven.
Dit is overigens de enige foto waarop ik samen met mijn grootvader vereeuwigd ben.

Rechts in de rij de houwer Hub met zijn vrouw Els van Hommerterweg 135, eerder mijn geboortehuis. Dan ome Harrie uit Eindhoven.
Ook staat op de foto tante Doortje en vriend Wim Bögels uit Oirsbeek.
Alleen de jeugd leeft waarschijnlijk nog.
Maar de huizen zijn er nog.

Meester-kleermaker, ome Hein, overleed op 14 september 2008 op 90 jarige leeftijd.

Deze foto is op dezelfde datum gemaakt.
Op de achtergrond de kerk van Amstenrade.
Op dit veldje heb ik, enige uren na de Bevrijding van Mariarade, de eerste Amerikanen met hun tanks gezien.

We gingen er met z’n drieën, moeder Tiny, Doortje en ik er naar op zoek met Hollandse zilveren dubbeltjes in onze handjes en moesten van Tiny “Souvenir” zeggen …
In ruil kregen we dan een stukje kauwgum, waar we nog raad me wisten.

Vader Gerhard was er niet bij.
Hij kreeg, net voor de echte Bevrijding op z’n verjaardag 18 september, van een Ondergrondse superieur de opdracht om met informatie naar Heerlen te fietsen, dus dwars door het strijdgewoel. En, of dat nu allemaal zo nodig was…

Dat gaf in ons gezin verdriet en onzekerheid.
Mijn moeder heeft echter nooit geweten dat ik er als jochie bij aanwezig was toen hij z’n opdracht kreeg. Gelukkig is hem niets overkomen, maar het gaf wel veel stress.

Weer thuis wachtte hem en leden van de Ondergrondse/ordedienst nog een taak.
Alle NSB-ers moesten worden opgehaald en tijdelijk veilig gesteld.

Martin met twee buurmeisjes en op de achtergrond contouren van de Emma.
Voor het kleine St. Janskerkje aan de Markt rond 1940.
Er staan op mijn moeder Tiny en buurmeisje Netje de Greef van de Woenselsemarkt in Eindhoven (Foto de Greef).
In de kinderwagen zusje Doortje en Martin van 5 jaar ervoor.
Winterpret in Amstenrade bij het kasteel van Amstenrade in 1941.
Op de slee Doortje en Martin deed zijn best.
Hier foto's in onze tuin Amstenraderweg 96 met de contouren van de Emma.
Er waren nog geen huizen tot aan de Beatrixstraat (later Grubbelaan).

Gerhard, Doortje en Martin en Tiny, Doortje en Martin in de tuin.


Je kon vanuit het dakraam van ons huis ver kijken want, in feite, is het op de top van een heuvel.
Daar heb ik een geallieerd vliegtuig (ik denk een bommenwerper) geluidloos, met stilstaande propellers, zeer laag zien overvliegen en in de verte zien neerstorten. Vermoedelijk in Heerlerheide. Bij nacht-bombardementen op Aken zagen we de vuurgloed.
Inschatting 1944/45.

Prentjes uitgereikt namens Mgr. Dr. G. Lemmens. Ze betreffen 1 jaar Katholieke Actie (K.A.).
Ze zijn van de jaren 1942 t/m 1944 en dus de belangrijkste oorlogsjaren.

Ik meen te weten dat via de K.A. veel ondergronds verzetswerk aangestuurd werd.
Beiden zijn uitgereikt aan mijn vader Gerhard.

Twee foto’s die mogelijk interessant zijn en geschikt voor de vraag wie eraan deelnamen en waarom ze in de oorlog met zoveel geestelijken 3 dagen samenkwamen.

Ik vermoed dat het te maken heeft met de Katholieke Actie en dat was, begreep ik, een broeinest voor Verzet en Ondergrondse activiteiten.
De data zijn :12 – 15 oktober 1940 en 26 – 29 juni 1942.
Op de onderste foto staat mijn vader Gerhard in het midden.
Op de foto van 1940 staat hij naast zijn vriend Lanen, portier aan de hoofdingang van de Emma. Daar reikte hij penningen en mijnlampen uit.

Ik was een poosje bevriend met z’n zoon Louis Lanen.
Die heeft bij mij de belangstelling gewekt voor radio en zo mijn latere beroep en hobby.
De technische liefhebberij heb ik nog steeds en ik bezit al sinds de zestiger jaren de radiozendamateur licentie PA0MJK.

Tot september 2008 was ik 10 jaar lid van de Examen Cie voor Radiozendamateurs en dat deed ik freelance voor Agentschap Telecom van Economische Zaken in Groningen.
27 augustus 2008 kreeg ik in Amersfoort a.g.v. privatisering eervol ontslag namens Staatssecr. van Heemskerk. Men werkt nu met EI’s (Examinerende Instanties).

Prentje van een Priesterwijding in de Paterskerk in Mariarade.
De naam Lendemeijer komt bekend voor.
Hij is natuurlijk een Pater Minderbroeder Conventueel.
Prentje is van 3 augustus 1936.
Het onderstaande ontslag formulier bevat interessante gegevens. Het geeft aan dat mijn vader Gerhard vrijwel direct na de Bevrijding een andere uitdaging zocht. Hij had nl. helemaal genoeg van de Koel.

Hij werd beroepsmilitair in een alliantie Nederlands /Amerikaans leger dat hier vooral Grenswacht activiteiten deed.
Zo zit in zijn papieren de toestemming om zowel Nederlandse- als Amerikaanse uniform-delen, als ook wapens te mogen dragen.

Het blijkt dat hij door “maar” 23 jaar op de Emma gewerkt te hebben naderhand problemen kreeg met zijn pensioen-opbouw en dat bleek hem veel geld gekost te hebben.
Ook, vond men, dat hij te gezond was om voor de Silicose-regeling in aanmerking te komen en zo hij liep weer een fors bedrag aan geld mis.

Maar hij had wel Silicose, hoewel hij bij werk ondergronds altijd goed oppaste en probeerde dat te voorkomen. Dat lukte hem blijkbaar toch redelijk. Hij overleed pas op bijna 95 jarige leeftijd in Eindhoven na ook nog meer dan 25 jaar bij Philips gewerkt te hebben als groepsleider in de radiobuizen fabricage.
Wel een verrassende omschakeling: van zeer ruw werk naar horlogemakers-precisie.

Het krantenknipsel is een ingezonden stuk van Gerhard naar het Eindhovens Dagblad en dat verscheen op 19 augustus 1980.

Het blijkt dat het Algemeen Mijnwerkersfonds, volgens publicaties indertijd, in het jaar 2025, als voor dat fonds geen pensioenverplichtingen meer bestaan, een overschot zal hebben van minimaal 400 miljoen gulden.
Hij voelde zich nogal gepakt door de procedures en het zal ook in Hoensbroek – Mariarade indertijd wel een regelmatig terugkerend onderwerp geweest zijn.

 

Zijn iets jongere broer Hub had minder geluk. Hij werd maar 62 jaar.
Hij woonde op de Hommerterweg 135, mijn eerdere geboortehuis.
Hub was instructeur bij de Joy-loader op de nieuwe 700 m verdieping van de Emma.

Hij was heel actief in het sociale leven van Mariarade.
Ik herinner me dat hij er Fancy Fairs organiseerde en voorop liep in de Carnavals beweging. Zo was hij actief bij voetbalclub Mariarade (voorzitter tot 1956) waar mijn schoolvriendje van toen en Passart klasgenoot Paul Curfs (onze buren van de Hommerterweg) naderhand keeper werd.

Emil Bernardi hielp mij aan het huidige adres en nummer van Paul in Oirsbeek.
Ik heb hem op 21 februari 2016 gebeld, maar toen bleek helaas dat Paul zich niets herinnert van het feit dat wij buurtjes en 6 jaar in de Passart klasgenoten waren.

Zo was mijn oom Hub,Vorst Marot en zijn zoon Jo blijkt Prins Carnaval geweest te zijn.

Jo, uit Oirsbeek, die spreek ik nog wel eens op een familie treffen.
Volgens een webpage van Oirsbeek is hij daar Erevoorzitter van de Carnavals vereniging.

In de achtertuin van het huis op de Hommerterweg 135 stond toen een Vlierbesstruik
De stammetjes zijn geschikt om er proppenschieters van te maken. Wie kent dat nog ?
Hij voorzag de omringende jeugd van stammetjes en de benodigde eikels werden gehaald op Allée aan de Akerstraat waar toen nog (langs het tramspoor Heerlen - Sittard) grote eikenbomen stonden.

In die periode zagen enkele muren dan even wit.
Het was echt een rage, de jeugd stampte een eikel in de vlierpijp en schuurde hem plat langs de muur.

 

De Lourdes grot was een belangrijk rustpunt bij jaarlijkse processie(s).

Ik herinner me de wegversiering tijdens die processies. Daar werd al heel vroeg in de ochtend mee begonnen. Gebruikt werd een gekleurd vochtig gehouden mengsel van zaagsel en zand. Er werden kunstige mallen gemaakt om het snel aan te kunnen brengen. Complete bloempakketten lagen ertussen en verkeer was dan niet meer mogelijk op het traject.

Tijdens de processie mocht alleen de priester die de monstrans droeg, onder het baldakijn, door het zaagsel banjeren. Hij kon niet anders, hij liep in het midden …
Soms regende in een klap alles weg en moest er gedurende de processie nog gerepareerd worden.
Mijn eerste opstel op de HBS St. Jan had dit feit als onderwerp en ik kreeg er toen een goed punt voor.

Hierin beschreef ik een processie in Mariarade overvallen door een hevige hoosbui op de Hommerterweg.
Het weer kon soms grillig zijn.

Dan die Hommerterweg.

Er woonde ter hoogte van de afslag naar de Beatrixstraat (later Grubbelaan) een jongeman (Brouwer ?), die blijkbaar als radiomonteur werkte op de Akerstraat bij Berlie radio/witgoed.
Hij knutselde met radio en TV en waarschijnlijk keek hij later ook naar de eerste experimentele uitzendingen van de toren van het Natuurkundig Laboratorium van Philips in Waalre.
Op hun dak stond een vreemde toestand, die we naderhand als een Yagi antenne (zo’n hark) leerden kennen.
Ik kon door hun voorraam kijken en zag voor het eerst televisie met een groen beeld.
Vermoedelijk gebruikte hij toen een radar VCR97 buis waar de legerdumps vol van waren. Dat was ergens in 1948.

Populair was in die tijd ook de etalage op een hoek van de Heisterberg.
Hier was een oscilloscoop te zien met bewegende Lissajous figuren.
Maar die naam kende ik toen nog niet.


Wat losse notitie's:

Tijdens de inkwartieringsperiode, direct na de Bevrijding, werd ik als kind in de nacht wakker omdat er vrij dicht bij de achterzijde van ons huis, op de Hommerterweg, voor de winkel van Knibeller en Lunchroom Wevers, een militair voertuig in brand stond.

Dat was een stevige fik en regelmatig ontploften, waarschijnlijk, patronen van de wapens in dat voertuig. Men liet het geheel daarom maar uitbranden.

Dan een wat vreemd onderwerp …

Als kind was je continue op zoek naar hebbedingetjes en dat heeft toen, vooral bij de opgeschoten jeugd, vaak ellende veroorzaakt. Zo vond je, in het nog weidse open veld, bij de Jeugdrubben en de Steenfabriek richting Vaesrade patronen van allerlei herkomst. Daar kon je fijn mee spelen. De patroon met de punt in een gat in de muur, wat wrikken en je had een hoeveelheid kruid. Grote pret.

Zo vonden we, vooral bij de tanks op de Patersweg, condooms. Als kind wist je toen niet wat die rubberdingen voorstelden en dus ging je ze als een ballonnetje opblazen.
Mijn vader zag dat en lanceerde een fraaie reden om dat nooit meer te doen en er dus vanaf te blijven.
Hij vertelde dat die dingen waren om in een tank, waarin geen WC is, je plas te kunnen doen en ze daarna weg te gooien. Dus was het vies en niet bedoeld om op te blazen.
Veel later heb ik echter op internet gelezen dat ze daar inderdaad ook voor werden toegepast …

Dit is een scan van de voorzijde van een briefkaart die vader Gerhard op 20 mei 1940 zond aan zijn jonge vrouw Tiny.

Het is een Exprès kaart vanuit zijn tijdelijke verblijf als Nederlands militair bij het Regiment Wielrijders in Gouda tijdens de meidagen.
Telefoon was niet altijd mogelijk en de post was vaak de enige mogelijkheid.
Hier is ook te zien dat er later huisnummers veranderd zijn, 64 werd 96 en dat is het nu nog.
Ik erfde de volledige briefwisseling van mijn ouders in deze moeilijke periode.
Hoewel geschiedkundig interessant, geef ik die niet vrij voor internet.
Dat is te intiem en bij het lezen ervaar je hoe angstig die periode eigenlijk was.
Mogelijk is dit interessant, ik erfde dit hebbeding van mijn ouders. Het is de scan van een onbeschadigde tegel die blijkbaar is uitgereikt aan mijnwerkers in het jaar 1938.
Er zullen er hier en daar nog wel meer zijn en misschien nog aan een muur hangen.

Het betreft het 50 jarig “Regeerings jubileum” 1898/1938 van de Staatsmijnen in Limburg.

Dit script is in eerste aanzet opgezet in 2008 en hier en daar aangepast in 2016.

De auteur bedankt Emil Bernardi en Peter Sikora hartelijk voor de hulp bij de publicatie in deze internetsite Historisch Mariarade en enkele fragmenten in een Hoensbroek site.


Wijchen, maart 2016

Martin Köppen

terug