2-3 jaar oud met vader

Vanaf 1949 werd in Mariarade nieuwbouw gepleegd en in 1950 werd de Bergstraat opgeleverd en in 1951 het Wolfshoofdplein waar op huisnummer 32, later werd dit omgenummerd naar 36, mijn ouders een woning kregen toegewezen. Dus pap woonde weer in Mariarade en zong op zondagmorgen in het kerkkoor St. Jozef in de kerk aan het Emmaplein. Ik herinner mij dat ik als 5-jarige mee mocht of misschien wel mee moest en dan op het oksaal zat met achter me de orgelpijpen en naar de zangers keek die onder leiding van hun dirigent Peep Stalmeier de H. Mis opluisterden.
In 1950 was de kleuterschool in Mariarade geopend die geleid werd door de zusters van O.L. Vrouw en het was logisch dat ik daar op 4-jarige leeftijd (weliswaar de eerste dag huilend) naar toe ging. Vanaf het Wolfshoofdplein achterom door de tuin, dan over het zwarte aspaadje achterlangs de woningen van het Emmaplein, de Emmastraat oversteken en de school was bereikt.
Van veel vriendjes was vader mijnwerker. Ik herinner me eigenlijk geen buitenlandse klasgenootjes, wel waren er kinderen met Poolse achternamen waaronder ikzelf. In onze straat woonden wel mijnwerkers met hun gezinnen die elders uit Nederland afkomstig waren. Onze buren Frölich bijvoorbeeld waren rasechte Utrechtenaren; “wa jochie”.
Er was in 1955 toen ik 6 jaar werd nog geen lagere school. De kinderen uit
Mariarade gingen nog steeds naar de eerder genoemde St. Lucasschool in Hoensbroek. Voor de zesjarigen werd deze voettocht niet veilig geacht, denk ik, en zo kwam het dat ik de eerste klas lagere school (tegenwoordig groep 3) volgde in de zaal van het toenmalige rectoraatshuis aan het Emmaplein. Je kreeg les en achter de schuifdeuren werd het café gestofzuigd door Jan of Riet Hijgenaar, die toen de uitbaters waren. Ik heb ook les gehad tussen de weliswaar lege, hoog opgestapelde duivenkorven. Carnaval betekende ook extra vrijaf. Vrij van school met carnaval was toen niet gebruikelijk. Het volgende schooljaar moest ik toch te voet naar de St. Lucasschool in Hoensbroek. Gelukkig werd in Mariarade de St. Franciscusschool voor jongens gebouwd en in oktober 1957 geopend. Daar deze was gebouwd aan de Voltalaan met een ingang via een trap naar de Amstenraderweg was voor mij de weg naar school niet meer dan het Wolfshoofdplein aflopen.

De huizen aan het Wolfshoofdplein hadden net als aan het Emmaplein en Emmastraat achterom een moestuin. Ik weet nog dat in de ‘50-er jaren opa Muijs, de vader van mijn moeder vanuit Heerlerheide, waar hij een boerderij had, met paard en kar een lading koemest bracht om onze tuin te bemesten en veel bewoners van het Emmaplein, waaronder mijn andere opa, deze ook goed konden gebruiken….
Ons huis had net als de andere woningen een schuurtje met een schoorsteen. In veel mijnwerkersgezinnen werd op zondagavond de kachel in het schuurtje gestookt en werd in een grote ketel de was gekookt, als laatste de inhoud van de “koelpungel”.
In die tijd waren geen supermarkten, De groenteboer Welters en melkboer Crijns net als bakker Coumans kwamen aan de deur.

Emmaplein nog met boog

Hun vijfde kind was in 1916 in Bottrop (Dld) geboren, een jongen die ook Peter heette, mijn vader dus. Na hem zouden nog 7 kinderen in de woning aan het Emmaplein geboren worden en opgroeien.
In Kouvenrade was geen school dus dagelijks werd de gang gemaakt naar de St. Lucasschool naast het gemeentehuis in Hoensbroek. Net als zijn vader en oudere broers ging hij naar de Staatsmijn Emma en hij startte zijn mijnwerkerscarrière op 15-jarige leeftijd als leesjongen.
Behalve sport bestond er nauwelijks vertier, er was enkel een bibliotheek van de Derde Orde. In Mariarade was in de ‘30-er jaren geen voetbalclub dus ging hij voetballen voor SV Hoensbroek. Uit verhalen herinner ik mij dat hij op 17-jarige leeftijd al uitkwam voor het eerste elftal samen met nog twee broers.

Een kroniek over opgroeien en leven in Mariarade-Hoensbroek

Een persoonlijk verhaal van Peter Sikora met een knipoog naar het 100-jarig bestaan van de wijk Mariarade in 2015. Eerder gepubliceerd in 'Oos Gebrook', een uitgave van de Heemkundevereniging Hoensbroek.

In de ‘20-er jaren van de vorige eeuw streken Peter Sikora met zijn echtgenote Aloisia Bartussek en hun vijf kinderen neer op Wilhelminaplein 27 in Kouvenrade. Het Wilhelminaplein werd later hernoemd tot Emmaplein en de naam Mariarade kreeg de wijk eerst in 1934. Dit nadat in 1929 een Lourdesgrot was gebouwd in het park naast de kerk en deze plek in Mariarade zich ontwikkelde tot een waar bedevaartsoord.
Peter, geboren in het dorpje Swiba in Silezië, het huidige Polen, was mijnwerker en de in 1911 in gebruik genomen staatsmijn Emma leverde werk en wat heel belangrijk was huisvesting voor haar arbeiders. Deze wijk bestaande uit 68 huurwoningen was enkele jaren eerder gebouwd door de in 1912 opgerichte Woningvereniging Hoensbroek en in 1915 ontvingen de eerste bewoners de sleutel. Vóór die tijd was Mariarade akkerland tussen de gehuchten Hommert , Kouvenrade en Amstenrade

Mijn vader heeft lang gevoetbald. Als peuter, we schrijven denk ik 1951, heb ik nog samen met mijn moeder langs de lijn gestaan. Ik rukte me los en roepend “papa, papa” ben ik het veld opgerend. Mijn moeder vond het toen welletjes en mijn vader beëindigde zijn voetbalcarrière.
Tot 1947 woonde mijn vader aan het Emmaplein. Hij had in 1946 mijn moeder leren kennen en ze trouwden in het jaar daarop. Er was na de oorlog een groot tekort aan woningen en voor jonge gezinnen werd in Hoensbroek woonruimte gevorderd bij mensen die een (voor zichzelf te) groot huis hadden. Zo kwamen mijn ouders te wonen in de toenmalige Premiestraat, tegenwoordig bekend als de Christiaan Quixstraat. En daar zag ik het levenslicht in 1949.
De groenteboer op het Wolfshoofdplein

Mijn ouders waren klant bij Coumans vanuit hun tijd in de Premiestraat en dat bleef zo. Vlees werd gekocht bij Stien en Jeu Baeten aan de Amstenraderweg. De winteraardappelen werden in de kelder bewaard en in conditie gehouden door ze met een wit poeder te bestrooien. De eierkolen en de antracietkolen werden door L ‘Ortije in het kolenhok in de tuin gedeponeerd. Verwarmd werd immers met kolenkachels.
In bad gaan op zaterdag betekende in de keuken in de “buut” dichtbij de warme kachel.
De eerste H. Communie, in 1956, een groot feest. De hele familie was uitgenodigd. Koffie, drank, broodjes, vlaai en natuurlijk “kauw sjottel”. Op de schoorsteenmantel stond een sigarenkistje waarin alle geld dat ik kreeg werd verzameld. Nauwelijks een uur na de H. Mis was echter mijn witte matrozenblouse al zo vuil dat die gewassen moest worden maar toen ik naar het lof ging om 15.00 uur en de groepsfoto werd gemaakt voor de grot was de blouse weer droog.
Communicanten 1956

De communicanten werden thuis ook bezocht en gefeliciteerd door de paters en ik zie nog voor me dat pater Felix Berbers de sigaren die hij kreeg in de capuchon van zijn habijt opborg.
Stil zijn thuis tussen de middag was het parool. “Pap slaapt”, mijn vader werkte veel in nachtdienst op de Emma.
Voor de jeugd werd op zondagmiddag bij gelegenheden als het feest van
St. Barbara een film vertoond met als operateur rector Rombouts.
In 1958 waren mijn opa en oma 50 jaar getrouwd en dit werd groots gevierd. Tot hun dood zijn oma en opa Sikora op het Emmaplein nummer 26 blijven wonen.
4e klas lagere school met meester Roelofs

Met de favoriete leraar vierde klas Roelofs per bus op schoolreisje naar Valkenburg, naar de grotten en zwemmen in het openluchtbad. En in de combinatieklas 5/6 en 6e klas de gymles of eigenlijk de niet-gymles. Het hoofd der school Jacobs stuurde ons naar buiten met de boodschap “ga maar trefballen, als ik wat hoor moeten jullie naar binnen en sommen maken”. Nou, er is wat getrefbald die jaren.
In de 5e en 6e klas was ik ook verkeersbrigadier, een lange witte plastic jas, een soort zuidwester op het hoofd en uiteraard het spiegelei. Daarmee de leerlingen de Amstenraderweg veilig overzetten. Als beloning herinner ik mij een dagtrip naar Monschau georganiseerd door de gemeentepolitie.
In 1960 ontdekte ik de verkennerij in Mariarade. Mijn buurjongens Leo en John Fröhlich waren bij St. Christoffel geweest en van een van hen kon ik, zoals destijds gebruikelijk was, het uniform overnemen. Een prachtige tijd heb ik beleefd in het gebouw in de speeltuin totdat dit afbrandde in 1965.
De speeltuin lag op nagenoeg dezelfde plek als nu, echter de ingang lag aan de Weijenbergstraat die toen in feite de buitenring van Mariarade was. Rondom was akker tot aan de Hommert en Vaesrade.
In de jaren ‘60 veranderde het aanzien van Mariarade aanzienlijk. De Randweg, de Churchillstraat, Kennedystraat en Rooseveltstaat kwamen tot stand en werden bebouwd, Ook verschenen twee hoge flats aan de rand van Mariarade.
De zandafgraving aan de Weyenbergstraat, ons jarenlange speelterrein verdween en de flats van de Marconistraat kwamen ervoor in de plaats.
De bomen in het kloosterpark werden gerooid en een nieuwe RK kerk werd gebouwd en daardoor verdween enkele jaren later ook de oude kerk aan het Emmaplein uit het straatbeeld.
En hier eindig ik de kroniek.
Terug
Groepsfoto bij het 50-jarig huwelijk familie Sikora

Langzamerhand kwamen ook steeds meer antennes de daken sieren, de TV deed ook in ons gezin zijn intrede. In 1959 na flinke sneeuwval was het mogelijk om op het steile gedeelte van het Wolfshoofdplein een glijbaan van wel 50 meter te maken. Auto’s stonden toen nog niet in de weg. Spelen op het gras van het plantsoen op het plein was verboden maar als er sneeuw lag bouwden we daarop toch sneeuwforten en werden sneeuwbalgevechten gehouden.
Herinneringen aan de lagere school, anders dan hierboven genoemd zijn kaartspelen; troeven (kwajongen) in de pauze.