Vreemd, de kerk was dicht en het was donker. Bij de pastorie op de deur gebonkt en meneer Pastoor heeft open gedaan. Hij kende mij niet en wist niet meteen wat hij met mij aan moest, maar hij zag nog licht branden in een woning aan het Emmaplein tegenover melkboer Crijns.

Het was het huis van familie Geitz en daar werd ik ondergebracht. Wat ik me daarvan nog herinner is, dat zij een enorm groot poppenhuis hadden op de slaapkamer van de meisjes.

Hoe ik de krant heb gehaald.

Een verhaal van Albert Derks

Mijn ouders vertelde ons (begin 1956, ik was nog geen 3 jaar), dat ze naar de kerk gingen en met die informatie zijn wij toen gaan slapen. Midden in de nacht ben ik wakker geworden en ben ik wezen kijken op de slaapkamers van mijn ouders.

Ik dacht werkelijk, dat ik niemand in de kamer zag en ben naar beneden gegaan. De voordeur zat op slot, maar de sleutel hing aan een haakje aan de rechterkant van het kozijn, maar ik was te klein om erbij te komen. Heb ik een tafeltje uit de keuken gepakt en ben daarboven op geklommen en zo de sleutel eraf gehaald. De deur opgemaakt en in de pyama op blote voeten naar de kerk gewandeld.

 

Het tafeltje staat op de foto rechts

De morgen erop ben ik door de politie opgehaald en men is in de buurt gaan informeren om uiteindelijk op het Wolfshoofdplein 94 uit te komen. Toen ze daar aanbelden, deed mijn moeder open. “We komen uw zoon brengen mevrouw”. Dat kan niet, zei mijn moeder, die ligt boven te slapen . Neen moet ik vanuit het politiebusje hebben geroepen, “neen mama, hier ben ik”.
Twee dagen later stond in de krant “Huilend kind op straat aangetroffen”.

Albert Derks

Terug